Wie ben ik?

Ik ben Rosanne van Kaathoven (1986).
Ik ben opgegroeid in Beuningen als oudste van een gezin met 3 meiden.

Mijn vader was vroeger huisarts en mijn moeder zijn doktersassistente.
Als kind had ik het plan om later de praktijk van mijn vader over te nemen.
Nu, jaren later, zit ik wel in zijn praktijk, alleen niet als huisarts maar wel als psycholoog.

Ik help kinderen en jongeren zich prettig, zelfverzekerd en zichzelf te voelen in het contact met vrienden, klasgenoten en familie.

Achtergrond: Ik ben kinder- en jeugdpsycholoog (universitair opgeleid met master in klinische psychologie). Daarna post-doctorale studie cognitieve gedragstherapie voor kinderen en jeugdigen afgerond.

Waarom ik doe wat ik doe? 

In de zomervakantie voordat ik naar de 2de ging op het VWO.
Ik had een super leuk eerste jaar op de middelbare school achter de rug.
Ik weet niet waardoor het kwam maar in de zomervakantie zag ik erg op tegen het 2de jaar.
Dat de klassen door elkaar gehusseld werden maakte mij erg ongerust.
De laatste 2 weken van de zomervakantie voelde ik gewoon al aan dat het geen leuke klas ging worden. Ik was ervan overtuigd.
En dit was ook zo.

Ik zat in een klas met een groepje van 4 ‘populaire’ meiden waar ik bang voor was. Hoewel ze niet echt iets deden, voelde ik mij onveilig in de klas. Ik voelde dat ik niet tegen hen op kon, wanneer dit nodig zou moeten zijn. De hele dag was ik bezig mijzelf te ‘beschermen’ en ‘onopvallend te zijn zodat ze niet tegen mij zouden praten. Want ik voelde dat ik dan niet zou weten wat ik zou moeten doen. Het voelde alsof het in hun handen lag of dit schooljaar een oke jaar voor mij ging worden of niet.
Deze overtuiging en de houding die ik zelf aannam in de klas hebben het voor mij natuurlijk alleen maar moeilijker gemaakt om mij prettig  en zeker te voelen in deze klas. 

Mijn toenmalige beste vriendin zat ook in de klas maar met samenwerken liet ze mij zitten, uit angst dat ze door mij ‘lager’ kwam in deze klas. Ze koos ervoor om mij te gaan negeren zodat ze zelf veilig bleef in deze klas.
Tijdens de lessen kon ik mij hierdoor niet meer concentreren.

Mijn ouders praatte met de mentor, en die plaatste mij met 1 van die 4 meiden naast in de klas. Achteraf zei hij dat hij dacht dat dit goed zou zijn. Maar ik kon toen helemaal niet meer concentreren. Was bang dat ik iets zou zeggen of doen waardoor zij mij zou, wat ze nu noemen, zou ‘dissen’. We hebben lang naast elkaar gezeten, maar hooguit 100 woorden gewisseld. Het waren lange lessen vol spanning. Mijn punten gingen sterk achteruit. Mijn vader heeft 2 maanden iedere dag al mijn huiswerk samen met mij gedaan, want alleen deed ik niets meer. En dat terwijl ik zo’n studiebol was.
Ik ben toen zelf ook naar een psycholoog gegaan. Ik wilde graag dat ze mij hielp om mij meer zeker te voelen, zodat ik mij weer veilig voelde in de klas. Ik wilde graag leren wat ik zelf anders kon aanpakken zodat ik wanneer er bv. groepjes gemaakt moesten worden, ik niet in de paniek schoot. Wat kon ik zelf doen om ervoor te zorgen dat ik mij ook in deze klas op mijn gemak kon voelen?
Jammer genoeg was het niet helpend bij de psycholoog. Ze zat recht tegenover mij en keek steeds achter mij naar de klok en zei dingen waardoor ik kon merken dat ze niet naar mijn verhaal geluisterd had. Toen ik er voor de 3de keer kwam keek ze mij aan alsof ze mij voor het eerst zag. Ik kreeg het gevoel alsof ze het niet zo belangrijk vond. Na een paar sessies ben ik gestopt met de therapie.

Ik wist niet wat ik moest doen. Mijn ouders begrepen mij erg goed, maar voelden zich ook machteloos. Ze gaven advies ‘negeer ze gewoon, niet iedereen hoeft jou leuk te vinden’ en zeiden dingen als ‘ je bent goed zoals je bent’, maar het kwam niet binnen bij mij.
Nu achteraf zie ik verschillende dingen die ik zelf toentertijd niet handig heb aangepakt. Ik zou graag de periode over willen doen met de handvatten die ik ‘mijn huidige ik’ aan mijn ‘ik van toen’ kan geven. Ik ben erg benieuwd hoe het dan verder was gelopen in die klas.

Maar goed. Die handvatten kon ik mijzelf toen nog niet geven. Ik wist echt niet meer wat ik moest doen.
Mijn ouders vroegen de mentor of ik van klas kon wisselen. Dit was erg moeilijk. Het maximum aantal kinderen van 34 in de klas waar ik heen wilde was al bereikt. Er zou ook geen 35ste tafel en 35ste stoel meer in de klassen staan, dus was het praktisch ook onmogelijk. Nadat ik niet meer naar school wilde,  hebben mijn ouders de mentor ervan weten te overtuigen dat ik echt naar de andere klas moest. Na de kerstvakantie mocht ik naar de andere klas. Een docent zei nog dat ‘ ik mijzelf mee zou nemen’. Maar gelukkig pakte de klassenwissel goed uit. Vanaf dag 1 was ik weer de oude. Ik voelde me als een vis in het water in de nieuwe klas. Niemand begreep daar waarom het in de vorige klas niet ging. Een meisje in de nieuwe klas zei tegen mij: ‘Ik snap het niet hoor. Jij hebt zo’n gezellig en vrolijk hoofd. Als ik naar je kijk wordt ik al vrolijk. Jouw hoofd lijkt een beetje op een cartoon. Ik bedoel het positief he :)’. Dat is nog steeds een van de mooiste complimenten die ik ooit gekregen heb, omdat hij op precies het goede moment kwam. Ik dacht namelijk dat er iets mis met mij was. Dat ik, wanneer ik ‘gewoon’ mijzelf was, niet leuk/goed/normaal genoeg was. En dat het logisch was dat ik er in de klas niet bij hoorde. Ik weet nog dat ik dingen ging verzinnen of overdrijven om ‘leuker ‘ gevonden te worden. Toen ik weer een groot verhaal zat op te hangen op de fiets tegen mijn vriendin zei ze: ‘ Als je gewoon jezelf bent ben je leuk genoeg hoor. Je hoeft je niet anders voor te doen dan je bent. ‘ Ik weet nog hoe betrapt ik mij voelde, dat ze mij doorhad.

Ohja, nog een leuk weetje: ik heb daarna de rest van het schooljaar met een stoel en een tafel rondgelopen omdat 2 docenten ‘uit principe’ geen 35 tafels standaard in hun klaslokaal wilde hebben omdat hen was beloofd dat zij max 34 kinderen in de klas zouden hebben. Je denkt misschien dat ik dit persoonlijk zou opvatten. Dat deed ik ook. Was het niet dat iedereen (vooral de stoere jongens uit de klas) mij hielpen met sjouwen. Zij vonden het wel cool dat iedereen aan de kant moest voor een tafel in de gangen.
Ohja: de rest van de middelbare school heb ik mij in alle klassen mij prettig gevoeld.
Ook toen ik in de 5de bleef zitten, en ik in een klas kwam waar ik als enige niemand kende, heb ik nog een hele fijne 2 schooljaren gehad. (los van de stress voor de proefwerken en de SE’s natuurlijk..) 

Na de middelbare school heb ik psychologie aan de universiteit van Amsterdam gestudeerd.

Eerlijk gezegd was deze ervaring jaren later, nadat ik mijn studie psycholoog aan de Universiteit van Amsterdam had afgerond, op de achtergrond geraakt. Toch blijkt achteraf dat het thema je zelfverzekerd voelen en jezelf durven en kunnen zijn in een (nieuwe) groep of in contact met leeftijdsgenoten bleef terugkomen.

Tijdens mijn studie zette ik in 2009 mijn voormalige bedrijf op: het Prinsessenpaleis.
I
k verzorgde bij mensen aan huis prinsessenfeesten als Prinses Vlinder.
De uitdrukking op de gezichten van de kinderen wanneer ze de deur open deden Vlinder daar zagen staan, dat zal ik nooit vergeten.
Wat mij tijdens deze kinderfeesten het meest intrigeerde als het groepsproces onderling. Vaak was er een meisje dat niemand van de hele groep kende. Soms lag ze meteen goed in de groep (en had ik niet eens door dat zij ‘nieuw’ was), soms was het duidelijk dat zij ‘nieuw’ was maar ging het heel natuurlijk. Soms was het overduidelijk dat iemand ‘nieuw’  was en bleef dit meisje zich het hele kinderfeest afzijdig houden of genoeg ze zich juist erg uitbundig, en werd ze hierdoor niet spontaan betrokken door de andere meiden.
Regelmatig was er ook een meisje die niet goed in de groep viel. Dat had nooit te maken met hoe ze eruit zag. Soms kon ik er echt de vinger niet opleggen (dan was het denk ik gewoon pech of toeval), maar vaak zag ik dat dit meisje dan iets deed wat ook niet zo ‘handig’  was. Wat ik verdrietig vond om te zien was dat doe harder een meisje haar best deed om ‘erbij te horen’, hoe meer andere kinderen haar negeerden. Andere kinderen deden dit zeker niet altijd bewust, het was een natuurlijke reactie op wat het meisje deed of zei. Met de ouder van de jarige, die dit vaak zelf ook zag, bedachten we dan hoe wij hierin iets konden doen. 

Ook tijdens mijn bachelor waar ik assisteerde bij een onderzoek bij kinderen tussen 8-12 jaar met autisme spectrum stoornis bij het Leo Kannerhuis.
De gesprekken met de kinderen vond ik gezellig maar ook verdrietig.
Bijna alle kinderen noemden dat ze zo hun best deden om aardig gevonden te worden, maar dat ze zich zo ‘ anders’ voelden dan de andere kinderen. Dat ze zich verdrietig voelden omdat niemand hun grapjes snapten, of dat ze geen interesse hadden in wat ze te vertellen hadden (volgens hun ouders omdat andere kinderen de gedachtegang van hun kind niet begrepen). Dit eenzame gevoel bij deze kinderen raakte mij diep.

Tijdens mijn master specialiseerde ik mij in sociale angst bij jongeren. Ik deed onderzoek naar de relatie tussen gedrag op Facebook en hun zelfvertrouwen. Ik zag dat wanneer jongeren zich onzeker voelen in het contact met leeftijdsgenoten (in het echte leven), dat ze op Facebook vaker kozen voor een profielfoto waarop ze niet heel duidelijk herkenbaar in beeld waren. Een foto van de achterkant, of alleen een close-up van een oog, of van hun huisdier. Ze durfden zich niet echt open te stellen naar kijkers op hun Facebookpagina, uit angst voor afwijzing. Want: wanneer je met je gezicht vol in beeld bent, maar je krijgt maar 5 likes, hoe erg is dat! Nu is het je oog of je achterkant die maar 5 likes heeft gekregen, dat hoef je niet zo persoonlijk op te vatten. Het verdrietige hieraan is dat, wanneer je jezelf niet laat zien, anderen je ook niet kunnen leren kennen. En zo blijft je sociale leven klein. 

Ik voelde dat ik iets hierin te doen had.

Als vrijwilliger bij de kindertelefoon gaf ik workshops op basis- en middelbare scholen over de thema’s  ‘groepsdruk’ en ‘pesten’. Dit had niet altijd veel effect want de klassen die echt open stonden en actief meededen hadden de workshop eigenlijk niet nodig. En de klassen waar de workshops nodig waren, deden niet actief mee omdat de klas onveilig voelde. Dus of de workshops toen veel opgeleverd hebben weet ik niet.

Na mijn universitaire master klinische psychologie volgde ik de post-master opleiding cognitieve gedragstherapie voor kinderen en jeugdigen.
Ook heb ik bij een grote GGZ-instelling genaamde PsyQ gewerkt. Ik gaf daar individuele therapie aan kinderen en jongeren en gaf ik samen met een collega gezinstherapie aan gezinnen waarbij in de thuissituatie veel strijd/boosheid was en ouders graag weer meer wilden samenwerken met hun kind. 

Nadat ik besloot dat ik op mijn eigen manier wilde werken, ben ik in 2012 mijn eigen praktijk Trotse Pauw gestart. Er kwamen veel verschillende kinderen, tieners en ouders op mijn pad.
Het viel mij op dat er veel hulpvragen op mijn pad kwamen die gingen over ‘het jezelf fijn voelen tussen andere leeftijdsgenoten of binnen je gezin’. 
Ik vond het opvallend, zeker omdat mijn collega’s meer andere soorten hulpvragen op hun pad kregen. Ik realiseerde mij toen dat dit niet toevallig is. Het is een belangrijk thema dat als een draad door mijn leven loopt:
Jezelf prettig en zeker voelen tussen en met andere (belangrijke) anderen.

 

Ik help vooral kinderen, tieners en jongeren tussen 8 en 20 jaar die vastlopen of zich onzeker voelen in het contact met andere kinderen, tieners of jongeren.
Of waar het in het contact met hun ouders of broers/zussen niet echt lekker (meer) loopt.
We zijn sociale wezens. Wanneer je je niet verbonden, geaccepteerd en begrepen voelt door andere (belangrijke) andere mensen, kun je je eenzaam en somber voelen.
Ik zie vaak dat ouders hun kinderen op allerlei manieren willen helpen, maar dat ze zich machteloos kunnen voelen omdat ze merken dat goedbedoelde adviezen niet opgepakt worden.
Of omdat ze het zelf ook even niet meer weten.

Wanneer je het prettig vindt dat ik jouw kind, tiener en/of jullie als ouder begeleid naar een positieve verandering dan hoor ik dat graag. 
Ik probeer de psycholoog voor jouw kind of tiener te zijn waarvan ik graag had gewild dat mijn ouders die toentertijd voor mij gevonden hadden.

 

Ben jij ouder van een tiener tussen 12 en 18 jaar die zich onzeker voelt wanneer hij omgaat met leeftijdsgenoten?
Gun jij dat hij zich meer zelfverzekerd voelt en dat hij zichzelf durft te zijn wanneer hij omgaat met klasgenoten en vrienden?
Maak dan een afspraak voor een gratis doelgesprek om te kijken of de weerbaarheidstraining ook jouw kind kan helpen!

Ben jij ouder van een kind tussen 8 en 12 jaar die zich onzeker voelt wanneer hij omgaat met leeftijdsgenoten?
Gun jij dat hij zich meer zelfverzekerd voelt en dat hij zichzelf durft te zijn wanneer hij omgaat met klasgenoten en vrienden?
Maak dan een afspraak voor een gratis kennismakingsgesprek om te kijken of de groepstraining CoOL KiDs! ook jouw kind kan helpen!