Eerst was ze mijn beste vriendin en nu zet de ze hele klas tegen mij op.

In de groep brengt Claudia (15) in:
‘In het begin van de 2de kwam ik bij Cindy in de klas. Het klikte meteen. Ze was wel anders dan ik. Ze was veel populairder, drukker, brutaler tegen leraren ook. Maar dat vond ik juist wel fijn. Als we met z’n 2-en waren was ze ook heel anders. Veel liever en rustiger.
Maar toen ging ik bij de selectie voor turnen ging had ik minder tijd voor haar. Ik kon bijvoorbeeld niet meer altijd samen fietsen en ik bleef ook nooit meer logeren. Toen ik niet naar haar verjaardag kon komen omdat ik training had,  is het pesten begonnen.

Ze roddelt achter mijn rug om over mij en zet iedereen tegen mij op. Ik heb nu niemand meer in de klas, omdat ik altijd alleen maar met haar omging.
Ze is heel populair en iedereen gelooft haar. Of in elk geval, ze staan achter haar. De meiden dan. De jongens bemoeien zich er niet mee.

Cindy en ik hebben een gesprek met de mentor gehad, maar dat werd alleen maar erger. Ze had tegen de mentor gezegd dat ze ermee zou stoppen, maar dat is dus niet gebeurd. Ik ben gewoon echt bang voor haar.

Het voelt nu alsof de hele klas tegen mij is. En ik heb geen zin meer om naar school te gaan. Zondagavond zit ik de hele avond te huilen omdat ik zo opzie tegen de maandag. Ik snap niet dat ik ooit vriendinnen met haar was. Ik snap niet dat ze mij dit kan aandoen. We hebben zoveel voor elkaar betekent.

Met materialen en poppetjes hebben we haar situatie in beeld gebracht. Het helpt om vanaf een afstandje naar je eigen situatie te kijken.

De andere tieners in de groep stellen vragen om Claudia anders naar de situatie te laten kijken en vertellen wat hen opvalt.

Wie wil hier op reageren? Vraag ik aan de groep.

Jonas: ‘Nou dat mentorgesprek he. Ze voelt zich gewoon aangevallen en beschuldigd en dat neemt ze jou kwalijk’.
Claudia: ‘Ja dat denk ik achteraf ook. In het gesprek zelf deed ze heel aardig dus ik had goede hoop. Maar daarna werd het alleen maar erger’.
Kim: ‘Maar weetje, eigenlijk ben je vooral bezig met dat zij jou pest enzo. Maar eigenlijk voelt zij zich ook door jou gekwetst. Want jij hebt jullie vriendschap soort van uitgemaakt doordat je niet meer zo vaak met haar omgaat’

Claudia: ‘Ja, maar ik heb geen keuze. Ik heb een druk schema met trainen voor turnen. En dan ook mijn huiswerk nog. Dat heb ik haar ook uitgelegd.’

Kim: Ja maar jij bent wel diegene die heeft besloten minder met haar om te gaan. Dus ze voelt zich gekwetst en is daarom boos op jou. En wilt jou terugdoen wat je haar hebt aangedaan.

Jonas: ‘Heb je eigenlijk met haar erover gehad?’

Claudia: ‘Ja ze weet dat ik nu met turnen zit enzo.’

Jonas: ‘Aa maar dat je snapt dat ze het jammer vindt dat jullie minder met elkaar om kunnen gaan. En dat je snapt dat ze zich boos voelt omdat ze gekwetst is.’

Claudia: ‘Nou wel dat ik snap dat ze het jammer vindt. Maar niet echt dat ik snap dat zich gekwetst voelt. Want dat was niet mijn bedoeling. Ik wilde haar niet kwetsen, want het ging niet om haar. Ik moet gewoon turnen.’

Kim: ‘Nee ok dat begrijp ik. Maar zij voelt zich wel gekwetst en het voelt voor haar alsof je haar niet meer wilt. Ookal ligt het aan het turnen.’

Claudia: ‘Ik heb mij dit niet zo gerealiseerd. Maarja, nu is het al te erg om dat gesprek met haar aan te gaan. Nu ben ik ook boos op haar. Zij heeft her erger gemaakt. Nu wil ik niet eens meer dat ze zich niet meer gekwetst voelt.’

Ik: ‘Als we kijken naar jouw doel ‘Ik wil weer met een goed gevoel naar school kunnen gaan’.
Helpt het dan als je toch het contact met Cindy aangaat?’

Claudia: ‘Nou liever niet. Maar ik heb al geprobeerd het net mij niet aan te trekken maar dat lukt niet. Dus misschien moet ik er wel iets mee.’

Met de groep bedachten we hoe ze het gesprek kon aangaan en wat ze kon zeggen. We hebben het geoefend met de groep. Ook verschillende reacties die Cindy zou kunnen geven.

Ik vroeg: durf je het gesprek met haar deze week aan te gaan?
Claudia: ik weet het niet zeker. Het ligt eraan.

We gingen met de groep in gesprek waar het dan aan ligt. Het bleken vooral gedachten te zijn die haar tegen hielden het gesprek aan te gaan, zoals:

‘Wat als het erger wordt?’
‘Wat als ik dan voor schut sta omdat anderen het zien en horen?’
‘Wat als ze boos wordt?’
‘Wat als ze mij negeert of wegloopt?’

We hebben de niet helpende gedachten onderzocht en omgebogen naar gedachten die haar helpen om aan te gaan dat ze wilt aangaan: het gesprek met Cindy.

Want Cindy negeren lukt niet, dus plan B is nodig. En nog vaker ziek melden van school kan ook niet.

p.s Natuurlijk respecteer ik de privacy van mijn deelnemers in de groep. De namen/leeftijden zijn gefungeerd. Ook is dit verhaal een combinatie van 3 verhalen van 3 tieners uit 2 verschillende groepen en is het meisje op de foto geen Claudia. En ook geen Cindy.

Gun jij jouw tiener dat hij zich fijn en zeker voelt en zichzelf durft te zijn in het contact met leeftijdsgenoten?
Op zondag 31 maart 2019 starten nieuwe groepen weerbaarheidstraining voor 12 tot 14 jaar én 15 tot 18 jaar.
Maak nu een afspraak met mij (Rosanne) voor een gratis doelgesprek om te kijken of deze training ook jouw tiener verder kan helpen.
Kijk HIER op mijn site voor meer informatie en vraag daar het gratis doelgesprek aan.