Tegenover mij zit de moeder van Vera (9 jaar).
Ze maakt zich zorgen over haar dochter:
“Ik zie dat er op het schoolplein kinderen onaardig tegen mijn dochter doen. Vera laat het gewoon gebeuren, het lijkt alsof ze het geen probleem vindt. Ze moet bijvoorbeeld altijd klusjes oplossen en is steeds als laatste bij een spel aan de beurt. Op school blijft ze hier rustig onder maar wanneer ze thuis is barst de bom.”

Wat kan ik als ouder doen om mijn kind leren voor zichzelf op te komen?

Een belangrijke tool die ik ouders kan meegeven is:
Stappenplan ‘de volgende keer’

Wanneer gebruik je het stappenplan ‘de volgende keer’?

A. Je kunt deze tool gebruiken wanneer jouw kind steeds in diezelfde of een soortgelijke situatie komt waarin je kind niet handig voor zichzelf op kan komen.

B. Wanneer je kind thuis komt en zich verdrietig of boos voelt over een situatie die zich op school of elders die dag heeft afgespeeld.

Het stappenplan:

In geval van A: 1. Wanneer je een situatie hebt gezien waarin je vond dat jouw kind niet voldoende voor zichzelf is opgekomen kan je jouw kind vertellen wat je hebt gezien. Je beschrijft concreet de situatie: wat heb je iedereen zien zeggen en doen? Het is belangrijk dat je op neutrale toon praat en er geen oordeel over geeft. Daarna kan je jouw kind vragen of hij hier wat over wil vertellen. Wanneer je kind aangeeft zich er niet fijn over te voelen ga je samen op zoek naar woorden die zijn gevoel weergeven. ‘Maakte het jou boos? Vond je het oneerlijk?’. Geef erkenning voor het gevoel van je kind.
Daarna ga je verder met stap 2.

In geval van B: 1. Laat je kind vertellen over wat er concreet gebeurd is. Wie deed wat en wie zei wat?  Stel vragen om de situatie goed in beeld te krijgen. Geloof wat je kind je vertelt. Trek het niet in twijfel. Schrijf eventueel op wat er precies gebeurd is. Hierdoor voelt een kind zich serieus genomen. Benoem het gevoel van je kind. ‘Ik zie dat je er heel boos over bent, en dat je het ook niet eerlijk vindt’.

2. Vraag je kind hoe hij liever had gewild dat het was gelopen.  Het kind geeft bijvoorbeeld als antwoord: ‘Ik wilde niet steeds als laatste, ik wil ook één keer als eerste, of in elk geval niet steeds als laatste!’. Geef je kind erkenning voor zijn wens: ‘Ik hoor dat je liever niet steeds als laatste aan de beurt wilde zijn’.

3. Vraag dan wat het kind de volgende keer kan doen wanneer dit weer gebeurt. Het kind geeft bijvoorbeeld als antwoord: ‘Tegen Joris zeggen dat hij niet mag bepalen wie er steeds mag. En dat ik het niet eerlijk vind dat ik steeds als laatste moet.’
Het kan voorkomen dat je kind zegt: ‘Ik weet het niet’, of ‘als ik het wist dan had ik dat wel gedaan!’. Nodig in dat geval je kind verder uit om zelf na te denken. Je kunt deze vragen stellen om hem op ideeën te brengen: ‘Wat zou je vriendje Bob of je neef Roy gezegd hebben?’. Of: ‘Wat zou juf Ria gedaan hebben toen zij zelf nog kind was?’ Of: ‘Als jij tegen Joris had gezegd wat Joris tegen jou heeft gezegd. Hoe zou Joris dan gereageerd hebben?’ of: ‘Als onze hond een kind zou zijn, wat zou onze hond dan gezegd hebben?’.
Schrijf de antwoorden die je kind geeft op.

Belangrijke stap:
4. Oefen daarna met je kind de situatie. Haal er meer personen (vader, zusjes/broertjes) bij als er in het echt ook meer kinderen bij betrokken waren. Laat je kind bepalen wie welk kind mag spelen. Wie speelt er Joris? En wie spelen de anderen? Wilt je kind zichzelf spelen of wilt je kind liever dat zijn vader of iemand anders hem speelt?
Speel eerst de situatie zoals hij in het echt gelopen is. Bespreek hoe dit voor iedereen voelde. Speel daarna de situatie zoals je kind hem de volgende keer gaat aanpakken.

Succes met het stappenplan!

 

Heeft jouw kind behoefte aan meer oefening? Jouw kind is van harte welkom om mee te doen aan een van onze sociale weerbaarheidstrainingen ‘stevig in je schoenen’. Klik op de link voor meer informatie.

groepstraining Stevig in je schoenen! 6 tot 12 jaar

groepstraining stevig in je schoenen 12 tot 16 jaar