Welke oefeningen kun je als ouder met je kind thuis doen?

Wanneer kinderen de weerbaarheidstraining ‘Stevig in je schoenen!’ volgen ontvangen ouders elke bijeenkomst een of meerdere opdrachten die ze thuis met de kinderen kunnen doen.

Hier zal ik een paar nieuwe oefeningen geven die je samen met je kind kan doen om zijn weerbaarheid te vergroten.

Oefening 1: ‘Ik wil ..’
Nodig: 3 of 4 stoorzenders (dit kunnen gezinsleden zijn).

Hoe gaat het?
Je kind staat stevig op 2 benen in het midden. Je kind kijkt recht vooruit of naar een punt waar hij op kan focussen. Je kind begint met alles te vertellen wat hij wilt: Ik wil een nieuwe fiets, ik wil naar het strand, ik wil pizza eten, ik wil sterk worden, ik wil voetballer worden, ik wil zelf planten verzorgen, ik wil dat ik goed kan dansen, etc.
Wanneer dit goed gaat dan herhaalt het kind deze opdracht alleen komen er nu stoorzenders bij. Deze stoorzenders gaan rond het kind lopen en dingen zeggen als ‘je mag niet mee naar het strand’, ‘je lust geen pizza, je liegt’, ‘je fiets is lelijk’. Spreek van te voren samen af wat er wel en niet gezegd mag worden. Je kunt samen 5 zinnen bedenken die de stoorzenders mogen zeggen van het kind.
Het kind reageert hier niet op, hij kijkt de stoorzenders niet aan. Je kunt concentreert zich op wat hij aan allemaal wil en concentreert zich op wat hij aan het vertellen is.
Ik adviseer om eerst een ouder te laten beginnen met ‘ik wil..’ en je kind een van de stoorzenders te laten zijn.

Oefening 2: ‘Mag ik gaan zitten?’
Nodig: 3 stoelen en 4 deelnemers

Hoe gaat het?
De stoelen staan in een kring 3 deelnemers zitten op een stoel. De 4 de deelnemer vraagt aan alle zittende personen een voor een: ‘Mag ik gaan zitten?’. De zittende personen willen niet opstaan en willen blijven zitten. Ze zeggen dus ‘nee’. Alleen de zittende personen zijn heel onzeker, zenuwachtig, nerveus, bang. Ze geven daardoor een antwoord die niet handig is, bv. ze zeggen hakkelend of zachtjes met een piepstemmetje ‘Nee, liever niet’, terwijl ze naar de grond kijken, aan hun trui friemelen of met de voeten over elkaar heen wrijven. Bedenk zelf maar een leuke variant van hoe en onzeker persoon ‘nee’ zou kunnen zeggen! Bedenk ook wat de lichaamstaal van een onzeker iemand eruit kan zien. Als alle zittende personen op een onzekere manier antwoord hebben gegeven kiest de 4de deelnemer de meest onzekere persoon uit en gaat op zijn stoel zitten. Deze deelnemer staat dan op en dan is het zijn beurt om aan alle onzekere personen te vragen of hij mag gaan zitten.
Na deze variant een paar keer te hebben gedaan worden de zittende personen nu heel boos, gemeen, hard, agressief. Ze geven snauwend, kortaf antwoord, en kijken de vragende persoon met strenge gemene ogen aan. Misschien reageren ze niet eens, of gaan ze stampen en schreeuwen. De staande persoon kiest diegene uit die het meest boos en gemeen overkwam.
Na deze variant een paar keer te hebben gedaan worden de zittende personen nu heel assertief. Dit betekent dat ze zelfverzekerd zijn, zich sterk en fijn voelen, blij zijn met zichzelf en ook duidelijk en vriendelijk hun mening kunnen geven.
Wanneer de staande persoon vraagt om te mogen zitten, reageren de zittende personen vriendelijk maar duidelijk met ‘Nee, ik wil hier zelf blijven zitten’. Diegene die het duidelijkst overkwam zonder daarbij gemeen te worden wint deze ronde en ruilt met de staande persoon. Doe deze variant ook een paar keer.
Geef elkaar complimenten over wat de zittende personen goed hebben gedaan. Bijvoorbeeld: ‘Ik heb echt het gevoel dat ik niet verder kan gaan zeuren, zo duidelijk kom je over!’. Of: ‘Hoe je mij aankeek kwam heel sterk en overtuigend over’.
Sluit natuurlijk je taalgebruik aan bij de leeftijd van je kind.

Oefening 3: ‘Dit is mijn plek!’
Nodig: 2 personen. Eventueel: buiten, met stoepkrijt. Of binnen met een touw.

Hoe gaat het?
Je kind beslist waar ‘zijn plek is’. Hij gaat daar staan en maakt zich sterk. De andere persoon probeert het kind van zijn plek af te krijgen door te trekken, duwen. Je kind zorgt ervoor dat hij op zijn plek blijft staan en dat hij daar niet vanaf te krijgen is.
Als ouders daag je je kind zoveel uit dat hij wel in staat is zichzelf te beschermen en dat het hem kan lukken om te blijven staan. Je zet zoveel kracht in dat het kind wel moeite moet doen maar dat het kind zich wel kan houden op zijn plek.
Belangrijk: de plek is groter dan alleen waar de voeten van het kind staan. Je kunt als het ware een cirkel om het kind heen denken met een diameter van 70 cm. Je kunt eventueel ook een touw neerleggen of buiten met stoepkrijt zijn plek laten tekenen.

 

Heeft je kind meer behoefte om dit soort leuke en handige oefeningen te doen om zijn weerbaarheid te versterken? Dat kan!
Ik geef sociale weerbaarheidstrainingen aan kinderen in groepsverband en ook individueel in de regio Nijmegen.
Kinderen leren door middel van verschillende spelletjes, oefeningen en opdrachten voor zichzelf opkomen.

Kijk hier voor meer informatie:
Klik hier voor de leeftijd 6 tot 8 en 9 tot 12 jaar
Klik hier voor de leeftijd 12 tot 16 jaar

Vraag HIER een oefening aan die je als ouder samen met je kind thuis kunt doen.
Je kind leert door deze oefening hoe hij kan reageren op een onaardige opmerking.
Bekijk de 2 video’s waarin ik de oefening laat zien en uitleg!